De behouder van het leven. Jozef is het type van de Heere Jezus in de vernedering en de verhoging. Het zijn gangen in het leven van Jozef die de Kerk niet onbekend zijn.
Als daar die Persoon Zich doet kennen, hoe meer dat Hij Zijn liefde betoond, hoe meer dat de mens zelf daarin openbaar komt als een walgelijk, verdoemelijk, goddeloos schepsel. O, en dan die liefde van Jozef te mogen ervaren; dat is nooit in woorden uit te drukken!
‘En Jozef zeide tot zijn broederen: Ik ben Jozef; leeft mijn vader nog? En zijn broeders konden hem niet antwoorden; want zij waren verschrikt voor zijn aangezicht’. Dat is ook wat geweest? U kunt zich dat wel een klein beetje voorstellen, nietwaar? Zij hadden gemeend dat Jozef niet meer leefde. En nu hebben ze de schuld thuisgekregen. En nu openbaart Jozef zich als een levende Jozef!
‘Want God heeft mij voor uw aangezicht gezonden tot behoudenis des levens’.
Ds. A. Schultink heeft de gave om iets duidelijk te verwoorden voor alle hoorders. Ook de jeugd mag graag naar zijn preken luisteren. In deze preken wordt iedereen aangespoord om het enige nodige te zoeken dat alleen maar gegeven kan worden voor de Behouder des levens, de Zafnath-Paänéah.
De Heere stelle deze prekenserie over het leven van Jozef tot een rijke zegen voor jong en oud.
Ds. A. Schultink is emeritus predikant van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland.
Inhoud:
1. Het gezinsleven van Jakob
Genesis 35 vers 15:
En Jakob noemde den naam dier plaats, alwaar God met hem gesproken had, Bethel.
2. Jozef, de wegbereider voor de afzondering van het bondsvolk
Genesis 37 vers 11:
Zijn broeders dan benijdden hem; doch zijn vader bewaarde deze zaak.
3. Ik zoek mijn broederen
Genesis 37 vers 16:
Ik zoek mijn broederen.
4. Jozef bij Pótifar
Genesis 39 vers 9:
Niemand is groter in dit huis dan ik, en hij heeft voor mij niets onthouden dan u, daarin dat gij zijn huisvrouw zijt; hoe zou ik dan dit een zo groot kwaad doen en zondigen tegen God?
5. Jozef in diepe vernedering
Genesis 40 vers 14:
Doch gedenk mijner bij uzelven, wanneer het u welgaan zal, en doe toch weldadigheid aan mij, en doe van mij melding bij Farao en maak dat ik uit dit huis kom.
6. De verhoging van Jozef
Genesis 41 vers 16:
En Jozef antwoordde Farao, zeggende: Het is buiten mij; God zal Farao’s welstand aanzeggen.
7. Jozef ontmoet zijn broeders
Genesis 42 vers 9:
Toen gedacht Jozef aan de dromen die hij van hen gedroomd had; en hij zeide tot hen: Gij zijt verspieders, gij zijt gekomen om te bezichtigen waar het land bloot is.
8. De tweede reis die de broeders van Jozef naar Egypte hopen te maken
Genesis 43 vers 9:
Ik zal borg voor hem zijn; van mijn hand zult gij hem eisen; indien ik hem tot u niet breng en hem voor uw aangezicht stel, zo zal ik alle dagen tegen u gezondigd hebben.
9. Jozef beproeft zijn broeders
Genesis 44 vers 16:
Toen zeide Juda: Wat zullen wij tot mijn heer zeggen, wat zullen wij spreken en wat zullen wij ons rechtvaardigen? God heeft de ongerechtigheid uwer knechten gevonden; zie, wij zijn mijns heren slaven, zo wij als hij in wiens hand de beker gevonden is.
10. Jozef maakt zich bekend
Genesis 45 vers 1:
Toen kon Jozef zich niet bedwingen voor allen die bij hem stonden, en hij riep: Doet allen man van mij uitgaan. En er stond niemand bij hem, als Jozef zich aan zijn broederen bekendmaakte.
Ds. A. Schultink | De behouder van het leven